Vliegvissend door Noorwegen, de reis, deel 4 en slot

Edland en Lake Tveiten.
Tussen Bergen en Oslo ligt langs de E134 het plaatsje Edland. Ik kom hier vaak en niet alleen in het “seizoen”. Ook in de herfst en winter (cross country skiën) is deze plek een aanrader.


.

De camping Velemoen ligt naast het meer Tveiten. Vanuit de bergen om het Roldal stroomt een onaanzienlijk stroompje met kleine berg forellen van meer naar rivier en weer naar meer. Vissen kun je bijna overal in absolute stilte. Het enige nadeel is dat er een weg naast loopt. Hinder heb je daarvan niet en zelf vind ik het wel prettig. Het is een gebied met heel diepe poelen en onverwachte gaten (waar grotere forel zich schuil houdt) en een weg vlakbij is dus niet zo heel vervelend. Een verzwikte enkel of een nat waadpak is zo gebeurt. Edland is door de jaren heen een vaste plek geworden om mijn laatste dagen in Noorwegen door te brengen. Vier uur rijden vanaf Oslo is het een soort tweede thuis geworden. Naast vissen zitten er enkele klanten. Mijn bezoek staat niet altijd in het teken van het vliegvissen maar ik probeer zoveel mogelijk het zakelijke te paren met het aangename.
De camping wordt gerund door Vibecke Christenson. Naast camping plaatsen staan er de bekende huisjes. Haar Engels is gebrekkig maar ze verstaat een heleboel zolang je het simpel houdt. Ook weet ze alles van de omgeving en vooral van het Hardangervidda. Voor avontuurlijke wandelaars een walhalla.


.

Door de jaren heen krijg je steeds meer informatie. Mede door de bezoekjes aan de lokale bevolking. Toch heb ik na jaren vissen met mijn ogen staan knipperen toen er enkele Denen langs kwamen die tegen een uur of elf ’s Avonds meerdere vissen van boven de kilo uit het water trokken. Dat was mij na al die jaren nog nooit gelukt. Als ik het niet zelf gezien had, zou ik het niet geloofd hebben. Niet op de vlieg in ieder geval. Kennis van het water, tijd en plaats zijn onontbeerlijk voor zulke vangsten.
Weet nog goed dat ik een keer met mijn vader, hij fotograferen ik vissen, in de kyll heb staan vissen zonder noemenswaardig te vangen.’s Avonds, in het pension, zat een jongeman. Iets ouder dan ik toen. Hij vertelde aan de pensionhouder dat hij zo goed gevangen had. Mijn vader en ik keken elkaar aan. Zonder iets te zeggen dachten we het zelfde : Latijn van het ergste soort. De volgende dag kwamen we hem per ongeluk tegen. Hij was net een behoorlijke forel aan het landen. Nu heb ik helemaal geen hekel aan visserslatijn maar wel als het waar is. Natuurlijk raakten we aan de praat en het bleek een aardige bescheiden man met gewoon veel meer kennis van zaken dan ik. Mijn leader bleek te dik voor de herfst en ik had ook geen heel kleine vliegen, laat staan miertjes. Ook was ik toen meer van het stroom afwaarts vissen en dat was, de situatie in ogenschouw nemende, al helemaal taboe. Na enkele miertjes rijker, heb ik, al was het met moeite, toch nog enkele vissen kunnen vangen. Als vliegvisser ben je nooit uitgeleerd. Dat maakt het soms frustrerend maar meestal erg leuk.

Lang geen kilo, maar wel een fraaie vis

.

Goed, laten we ons waadpak eens aantrekken en naar het bruggetje lopen. Dertig meter van de camping wordt het meest gevist. Toch is het hier altijd rustig. Dit komt voornamelijk omdat het een soort één overnachting camping is. De volgende ochtend is iedereen weer weg en heb je alles voor jezelf. Ook ik ben ooit voor één nacht hier terecht gekomen. Pas na een tijdje begon ik de mogelijkheden van dit gebied naar waarde te schatten.
Vanaf, of naast de brug, kun je beginnen met vissen. Het stroomt hier behoorlijk omdat de brug de opening tussen de twee meren versmalt. Het wijde stuk na de brug is ideaal om met de bellyboat te verkennen. Als er niet teveel wind staat flipper dan maar eens door naar waar het weer smaller wordt. Op twee meter diepte liggen de grotere jongens. Een lichtzinkende lijn of een zinktip bewijzen hier de beste diensten. Ook is een beverburcht en heb ik hier jaren geleden mijn eerste otter gezien. Vibecke verhuurt ook een roeiboot en een kajak. Makkelijk als het wat harder waait. Met de bellyboat kom je anders niet meer terug.


.

Na een beetje pielen bij de brug, waar je geen waadpak voor nodig hebt, gaan we na de brug rechts de onverharde weg op langs het water. We volgen de weg totdat het over gaat in gras, maar nog steeds een duidelijk pad. Inmiddels is het meertje een rivier(tje) geworden. We kunnen nu een kilometer of twee wadend upstream vissen in een met grote en kleine stenen bezaaide rivier van een meter of tien, vijftien breed. In de diepe gaten zit grote forel maar die zijn onmogelijk te vangen met de vlieg. Je kunt nog veel verder upstream vissen. Helemaal tot aan de bron. Persoonlijk zou ik dan de auto nemen en ergens naast de weg parkeren.
Het is warm en mijn neoprene waadpak kleeft aan mijn benen, toch maar eens denken over de aanschaf van een ademend waadpak. Down and across levert mij de meeste vis op dus daar begin ik mee. Een nimf op een leader van 14/100 en mijn eerste worp levert meteen een maatse forel op. Daarna is het niets meer. Al wadend vis ik stroom opwaarts tot dat ik via een aantal kleine stenen op een reus van een rotsblok kan springen. Vaak vergeet ik bij zulke acties dat ik ook weer terug moet. Van een groot rotsblok naar een kleine gladde, half onder water staande steen is een stuk lastiger dan andersom, maar wie dan leeft dan zorgt. Vanaf het rotsblok, midden in de rivier, kan ik alle kanten opvissen. Het is ook een ideale plek om eens te shadow casten. Bekijk de film ‘ a river runs through it’ maar eens, dan weet je wat ik bedoel.
Na een aantal kleine forellen mis ik een flinke. Hij schiet los net voordat ik hem wil landen. Tijd om even te gaan zitten en om me heen te kijken. Achter me zie ik het water naar me toe razen. Op de achtergrond de half besneeuwde bergen van Haukelifjell. Voor me stroomt het wilde stuk langs een opeenstapeling van brokken steen. De meeste rond en gevaarlijk glad door de beukende kracht van het water. Ooit heb ik hier op een zonnige dag met een klein wit droog vliegje de één na de andere forel gevangen. Steeds van steen naar steen springend om het dan hier dan daar te proberen. Bijna ieder worp was raak. De vis niet groter dan twintig centimeter, maar de pret was er niet minder om. Vandaag gaat het hem niet worden. Te warm of te vroeg of allebei. Ga maar weer eens op “huis” aan. Eens kijken wat mijn zoon aan het doen is.


.

Naast de meertjes, en de verschillende verbindende riviertjes, kun je in het immens grote Hardangervidda ook heel leuk vissen. Met de auto is het ongeveer een twintig minuten rijden naar een paar verlaten meertjes. Hier en daar staan blokhutten van de bevolking uit Edland. Deze worden voornamelijk in het weekend gebruikt en natuurlijk in het jachtseizoen. Ik parkeer de auto bij het eerste meertje rechts. Wil je helemaal uit je dak, parkeer dan je auto naast de mijne, pak je rugtas en trek het Hardangervidda echt in. Gewapend met een goede kaart, overal te verkrijgen, en een tentje in je rugzak ben je klaar voor een echt avontuur. Het stikt hier van de meren en meertjes. Neem ook een goede conditie mee. Niet alleen het berg op en af kan vermoeiend zijn maar ook de ondergrond is niet van het soort dat je graag hebt. Moerassig komt nog het dichtst in de buurt. Maar wel heel leuk.
Vissen doe je hier heel voorzichtig. Het water is echt kraakhelder en de ondergrond vaak van zand. Blijf wel een beetje bewegen anders zit je vast met je laarzen. Prachtig water om een droge vlieg te gebruiken. De kunst is om de kleine forel te vermijden en meteen te gaan voor de iets grotere. Verwacht hier geen kanjers, maar door het kunnen zien van de azende vis en het gericht aanwerpen, echt een aanrader.


.

Helaas is het gedaan. Vier uur scheiden ons van de boot in Oslo. Weemoed en heimwee maken vreemde draaiingen in mijn maag. Liefst blijf ik rondrijden in dit prachtige land. Het zal ook niet de eerste keer zijn dat ik door treuzelen de boot mis. Het scheelt soms weinig of ik laat de hele boel “thuis” de boel en blijf hier. De winters zijn hier prachtig en ik ben gek op sneeuw, maar wat ga je doen. Steden als Oslo zijn wereldsteden. Kom je daar buiten ga je vaak echt terug in de tijd. Alles gaat een stuk trager dan wij gewend zijn. Het is niet voor niets dat veel Noren meerdere banen hebben. De natuur (seizoenen) bepalen de manier van leven en werken.……Uiteindelijk stap ik in de auto, nou ja, auto. Mijn rijdende thuis van de afgelopen drie weken.


.

Ik dank jullie voor jullie gezelschap. Voor het reizen door één van de mooiste landen ter wereld. En vooral voor jullie geduld. Het geduld wat nodig is om vis te vangen met een vliegenhengel. De voor mij mooiste, maar vaak niet eenvoudigste manier van vissen. Ondanks dat of eerder, juist daardoor, is vliegvissen meer dan vis vangen. Met niets anders, zelfs niet met motorrijden, ben ik me zo bewust dat ik leef. Het is één zijn met je omgeving. Al je oer instincten aangescherpt. Elk geluid, iedere geur en geringste beweging wordt versterkt weergegeven door je hersenen die je arm – hengel en lijn met daaraan de vlieg als vanzelf doet neerdalen om daarna in een vloeiende beweging strak getrokken te worden tot een mengeling van verwondering en genoegen.
Peter Sikking

Gerelateerde artikelen:

Dit vind je misschien ook leuk...

2 reacties

  1. Henk schreef:

    Fantastisch geschreven!
    Grt Henk

  2. Cornelis schreef:

    dank peter voor je leuke stukjes !

    grt. Cornelis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *