Vliegvissend door Noorwegen, de reis, deel 2

5

Het water is koud en maakt kleine kolkjes om mijn waadschoenen. Kleine murmelende stemmetjes stijgen op en maken plaats voor nieuwe. Zachtjes loop ik stroom opwaarts. Beetje onwennig, want het is alweer veel te lang geleden, glijd ik tegen de stroom in. Voorzichtig aan de kant blijvend maar wel in het water, loop ik de plek voorbij waar ik forel verwacht. Daar, links voor me, waar het water door grote stenen harder stroomt en iets dieper is, daar wil ik vissen. Dat betekent nog een meter of vijftien doorlopen, dé plek voorbij. De reel ratelt korte ongeduldige geluidjes als ik zachtjes wat lijn afhaal. Korte bewegingen om de lijn snel op lengte te brengen en naarmate er meer lijn buiten het topoog komt worden mijn bewegingen trager en zweeft de lijn aangenaam van voor naar achter. Alleen het staan in dit heldere kabbelende water, met de lijn in het blauw van de lucht, is al een genot op zich. Vlak voordat de vliegenlijn het water raakt maak ik met mijn pols een beweging naar links om een bocht in de vliegenlijn te leggen. De bedoeling is de vlieg over de harde stroom heen te werpen zodat hij in het iets minder sterk stromende deel van het water de gelegenheid krijgt iets af te zinken. Heel af en toe wordt de vlieg meteen van het water geplukt. Kwestie van dikke mazzel. Gebeurt je dit een keer, kijk dan gewoon om je heen alsof je het zo bedoeld had. Veel vaker echter krijg je een aanbeet op de Dead Drift (op het einde van de drift/reis komt door het strak lopen van de lijn de natte vlieg of nimf omhoog). Dit stijgen van de vlieg is voor forel blijkbaar moeilijk te weerstaan en vaak volgt een aanbeet.

.

Mijn Alexandra (soort natte vlieg) volgt het spoor van de stroming, maar de worp is te kort en bereikt de gewenste plaats bij de grote stenen niet. Langzaam met kleine achtjes, je weet maar nooit of er alsnog een vis achter je vlieg aan zit, haal ik de vlieg naar me toe. Voorzichtig, maar wel met toenemende snelheid de hengel heffend, begin ik aan een nieuwe worp. Een paar meter verder deze keer. De bocht in de lijn zit er nu ook beter in en de vlieg krijgt tijd om iets af te zinken. Als de stroming de lijn vol pakt is de vlieg precies waar ik hem hebben wil. Alexandra is nu precies op de hoogte van de tweede grote steen. Al mijn zintuigen zijn tot het uiterste gespannen. Ik voel de vis al voor ik hem echt voel. Je weet het soms gewoon. De lijn loopt strak en de vlieg komt omhoog. Ik zie een schaduw zich losmaken van de bodem en groter worden. Onwillekeurig houdt ik mijn adem in en………………..’Peet, Coffee’! What the He….Door de plotselinge bulder stem achter me verlies ik een seconde mijn concentratie en sla ik mis. ‘Peet, you fancy some coffee’?!
Nog even kijk ik naar de plek waar een paar seconden geleden al mijn hoop op gevestigd was. Weg schaduw, weg magie. Niets dan kale steen en stromend water. Wat doe je eraan? Al schouderophalend stap ik de kant op. ‘Jezus man, kon je niet even wachten met die shit koffie van je. Sta hier bijna de vis van mijn leven te vangen’ Ik denk het, maar zeg het niet. Eigenlijk kan hij er niets aan doen. Mac is geen vliegvisser. Mac vist op zee en het kan hem niet ruig en groot genoeg zijn. Hij is wie hij is. Onbehouwen, rood als een zonsondergang en toch onbewust charmant. Mac is een oude vriend. De van oorsprong Ierse, gitaar spelende zeevisser en vechtersbaas heb ik ooit ontmoet in Noord-Ierland. In heel andere omstandigheden. Ooit stonden we letterlijk recht tegenover elkaar. Twintig jaar, het lijkt een ander leven een andere Mac en zeker een andere ik. Alhoewel, soms krijg ik nog wel eens flashback en dan lijkt alles weer verdomd dichtbij.
Een paar jaar na onze eerste ontmoeting is hij getrouwd met een Noorse, natuurlijk blonde, schone. Er is rust gekomen in zijn blauwgrijze ogen. Voordat ik ooit iets over vliegvissen had gehoord viste Mac al op zee. Nu zou ik hem het liefst verdrinken in die zelfde zee. Maar goed, wat zeg je tegen een vriend als hij daar aan de kant staat met twee grote koppen Noorse koffie in zijn nog grotere Ierse handen? Lul! Ongelooflijke kloot……. Maar ondanks zijn ruige uiterlijk is Mac een soort beren meneer. Om hem niet te kwetsen zeg ik: ‘Thanks Mac, nice of you, very thougtfull’. Mac draait zich om en wijst met zijn grote kop naar de rivier. ‘Any luck over there’?  


.

Ik ben op veel plekken geweest. Heb in het buitenland gewoond en nog vaker gevist. Maar nergens vindt ik zo relatief dicht bij huis, wat ik in Noorwegen vind. Neem nu zo’n stukje rivier als dit, en er zijn er duizenden van.


.

Wat in het begin een ruig en ontoegankelijk stuk rivier lijkt wordt al vissend een soort broekzak. Het vertouwen groeit en langzaam maar zeker ga je over in een blur state of mind. Je wordt onderdeel van het landschap. Als een vertrouwd meubelstuk in een huiselijk ingerichte kamer of als onderdeel van een schilderij. Je staat niet meer in de weg. Zelfs de schilder schildert je op zijn doek. Op dat moment voeg je wat toe aan het perspectief. Je wordt één met het plaatje.


.

Even later sta ik weer in de rivier. Niet meer op dezelfde plaats. Zo’n kans krijg je maar één keer. We vissen hier op wilde forel. Als je, in dit glasheldere water, verkeerde worpen gaat staan maken, prima. Je moet alleen wel verkassen als je daarna vis wilt vangen. Het vissen gaat nu makkelijker. Ik zie nu de mogelijkheden beter en het werpen gaat als vanzelf. Streaming the stream zou je het kunnen noemen. De rivier wordt jij en jij de rivier. Hier en daar vang ik forel. Geen grote maar ook geen kleine. Net er tussen in. En dat komt mooi uit. Zo voel ik me, na Mac’s bezoekje, ook. De zenuwachtige drang heeft plaats gemaakt voor ontspannen genieten. De bergen zijn hoog en dragen sneeuw in hun kruin. Steentjes schitteren in de zon en de forel is, eenmaal op de kant, altijd groter dan zijn werkelijke formaat. De koffie smaakt beter en de in de pan gebakken oude boterhammen met kaas worden de lekkerste tosti’s die je ooit gegeten hebt.


.

S’ avonds maken we vuur op een klein eilandje in de rivier. Mac heeft een paar vrienden uitgenodigd en bespeelt virtuoos zijn gitaar. We roosteren pølse (Noorse knakworst) aan een stok en drinken “goedkope” wijn. Het bier ligt nog koud te worden in de stroming. Vannacht wordt het maar twee uur donker. Al is donker een groot woord. Laat, om een uur of half één, begint er ineens een hatch van sedges (kokerjuffers). Met mijn hengel nog naast me vang ik in het bijna donker(door het vuur zie ik geen steek) de grootste van vandaag op een sedge. Snel laat ik de prachtige vis gaan. Anders belandt hij aan een stok op het vuur. Langzaam zak ik weg in een andere roes. Die van vuur, drank en vriendschap. Het leven kan heel mooi zijn.
 

De droom rivier
Na een paar dagen verlaat ik Mac en zijn vrouw en reis ik door naar het mid-westen van Noorwegen. Reizen in Noorwegen neemt enorm veel tijd in beslag. Zelfs als je de weg goed kent en een redelijk goed bestuurder bent, kom je gemiddeld niet boven de vijftig kilometer per uur uit. Reizen is dan ook altijd een groot onderdeel van een vakantie in Noorwegen. Toch verheug ik me enorm op de reis van twee dagen. De vrijheid die je hebt om te gaan en te staan waar je wilt (in Noorwegen mag je nog in het wild kamperen). De soms mooie en vaak verlaten wegen die lijden door een verbazende natuur zijn een onderdeel van de Noorwegen beleving.


.

Op het gebied van stek informatie ben ik uitermate sociaal. Ben er zelfs een aparte website voor aan het opstarten  (www.vliegvissennoorwegen.nl) maar daarover later meer. Toch houd ik deze stek voor mezelf. Dat heeft niets met gunnen te maken maar meer met het herstel van bewuste rivier. De droom rivier heeft enorm geleden onder de aanwezigheid van zalm. Jaren geleden was het hier een komen en gaan van Zweden en Noren. Met behulp van grote pluggen werd koelbox na koelbox gevuld met “kleine” zalm maar met als bijvangst grote bruine wilde forel. Toch was dat schijnbaar niet genoeg. Ook de kleintjes werden meegenomen, of vaker nog, langs de kant van de weg gedumpt in plastic zakken. Dit, in mijn ogen, wangedrag is voor de meeste Noren een normale zaak. Het heeft er voor gezorgd dat er in deze prachtige rivier, jaren lang en met heel veel moeite, alleen kleine forel gevangen kon worden. Gelukkig is de bewuste rivier aan zijn lot overgelaten. De mens is zonder om te kijken al plunderend verder getrokken.


.

Jan Veenhuizen schreef ooit:’ als ik geen enkel visje meer mocht meenemen stopte ik waarschijnlijk met vissen’, daar kan ik nog inkomen. Zeker als het de “oude garde” betreft. Maar de generatie van nu moet ondertussen beter weten. Met mijn Noorse vriend Hroar heb ik de discussie ‘het wel of niet invoeren van catch en release vaak gevoerd’. We komen er niet uit. Hroar is een goede vent maar is en blijft een Noor. Vis vangen en eten is onderdeel van zijn cultuur (negentig procent van de consumptie zalm wordt in Noorwegen gekweekt) en er wordt nog steeds gevist om te eten. Ondanks dat ook in Noorwegen de supermarkt “om de hoek” zit, gaat de familie er op uit om vis te vangen voor het avondmaal, middageten en zelfs voor het ontbijt. De Noorse natuur is in de ogen van de doorsnee Noor onverwoestbaar. Door iedere vis mee te nemen, aldus Hroar, houdt je juist de visstand op peil. Er komt daardoor geen schuwe of zieke vis voor, alleen gezonde sterke vis, die overleeft. Op mijn vraag: ‘hoe lang denk je dit nog te kunnen doen’, heb ik nog steeds geen echt antwoord van hem gekregen.
Jaar na jaar ben ik terug gekomen om naar de droom rivier te kijken. En ondanks dat er een nieuwe brug is gekomen, wat het water nog meer onder druk heeft gezet, is de rivier zich heel langzaam gaan herstellen.
Nog een paar kilometer rijden en dan, na de laatste bocht rechts, het onverharde pad op. Links en rechts staan de blue- berries te wachten tot ze geplukt worden. Na een kleine kilometer ga ik linksaf en rijd ik, de sinds een paar jaar verlaten en nu weer, wildernis in. De auto kan ik, als ik wil, tot aan de rivier rijden. Alleen dat maakt deze plek al bijzonder. Je kunt in Noorwegen bijna nooit tot aan de rivier komen met de auto. Op campings gelegen aan een rivier na. Maar dan vis je vanaf een camping en dat is een wereld van verschil.


.

Het weer is prettig, half bewolkt en een graad of achttien. Ik maak een kampvuur en zet wat koffie. Met koffie in de hand bekijk ik de rivier. Er is niets verandert. De tijd staat hier stil. Misschien wat meer vegetatie langs de kant maar ook dat valt mee. Vanaf de plek waar ik sta, een grote met mos en kleine varens omrand rotsblok, kun je zowel het brede stuk rechts als het smalle sneller stromende stuk links overzien. Pal onder mij, maakt de rivier een bocht van bijna negentig graden. Door de haakse bocht is het diep, zo’n twee meter. Naar rechts is een grote poel met daarin kleine jonge spelende vis. Daarachter een breder stuk met tal van kleine stroomversnellingen. Weer daarachter is een zeer snel stromend en smal stuk. Hier wordt het water vanuit het meer in de rivier geperst.


.

Aan de linkerkant een paar diepe poelen die uitlopen in een ondiep stuk van vierhonderd meter snelstromend water met een gemiddelde diepte van zeventig centimeter. Het oude “zalm” stuk. Daarachter liggen weer twee a drie prachtig diepe pools, waarna het slingerend onder de brug doorgaat naar een vijverachtig gedeelte. Vroeger, voor de nieuwe brug, was dit het beste stuk voor grote forel, die door de keerstroming, in verhouding makkelijk, aan voedsel kon komen. Na de “vijver” slingert de rivier twee kilometer door, om uiteindelijk in fjord en zee zout te worden.
De vis
Op een stuk als dit, waar natuur heer en meester is, is het zaak om extra voorzichtig te werk te gaan. Vroeger dacht ik dat je juist op zo’n stuk wel een paar foutjes kon maken maar niets is minder waar. Verspeel je vis of maak je een werpfout dan schuif je een tiental meters op en laat je de plaats van delict een uurtje bijkomen. Omdat de rivier zelden breder is dan twintig meter en ik meest van tijd, door begroeiing, genoodzaakt ben om wadend te vissen neem ik een aftma drie hengel. Het is een zachte hengel die goed bij mijn werpstijl past. Daarbij komt dat deze hengel krom als een hoepel gaat op een visje van een pond en dat is gewoon een super lekker gevoel. Snel waadpak aan, het haast gevoel heeft me weer in zijn greep, hengeltje mee, en onder het lopen een vlieg uitzoeken. Op de late avond na, vis ik hier altijd met een nimf. En eigenlijk altijd dezelfde op een vrij grote (haakmaat 10 of 8) gebonden goudkop met een met stift gekleurde kunststof but en hare’s ear thorax. Ik vis hier met hooguit 14/100. Liever met 10/100 maar dat is niet altijd wenselijk. Ik heb een vreselijke hekel aan los geschoten vis met een nimf + een stuk draad in zijn bek.

.

Vanaf de bemoste rots kan ik zowel links als rechts vissen. Het enige nadeel is dat ik wel moet gaan zitten anders heeft de vis mij binnen een mum van tijd gespot. Al zittend werp ik de lijn naar links, evenwijdig aan de rivier, om met een min of meer backcast naar rechts, stroom opwaarts de nimf op diepte te krijgen. De eerste worp is meteen raak. Een prachtige vis van ongeveer een pond met meer geel dan bruin legt het uiteindelijk af. Aan het einde van de poel vang ik er nog één maar deze is alweer iets kleiner. Intussen is het kampvuur bijna gedoofd en ga ik maar eens op zoek naar droog hout. Lekker zo’n vuurtje als het wat kouder wordt maar ook tegen de muggen. Nog maar eens koffie en een laatste stuk taart van Vibecke Christenson. Haar komen we later nog wel tegen.


.

In de namiddag is er een hatch van super kleine lichtgekleurde vliegjes (Anglers Curse). Dan zit je toch snel op haakmaat 22/24. De vis aast selectief en eet alleen deze klere kleine dingen. Tegen de tijd dat ik van vlieg heb gewisseld is de hatch zo goed als voorbij.


.

Na een paar uur slapen ben ik klaar voor de avond visserij. De rivier ligt te glinsteren in het avondlicht. Ik ga het lange ondiepe stuk afvissen tot en met de twee diepe pools voor de brug. Met lange rolworpen, heb bomen achter me, vis ik met een nimf schuin stroom opwaarts het sterk stromende stuk af. De stenen onder water zijn spiegelglad door de alg en meerde keren verzwik ik bijna mijn enkel. Kleine mooi getekende forel springt om de paar minuten achter mijn nimf omhoog. Soms haak ik er één, meestal niet. Tijd om even te zitten op een grote steen. Wat doe ik verkeerd? Mijn blik dwaalt over het water. Er is geen insect te bekennen. Zelfs van muggen heb ik weinig last. Ondanks dit gegeven stap ik over op een droge vlieg. Gewoon even lekker zien wat je doet. Een bekende Engelse vliegvisser, wiens naam me even ontschoten is, sprak ooit de wijze woorden: als er geen insecten op, in of aan het water zijn, neem dan een Adams. Vaak heeft de Adams, klassiek gebonden met een body van muskusrat, mij vis opgeleverd. Zachtjes laat ik de Adams zijn werk doen. In ieder keerstroompje, langs uitgeholde oevers en midden in de stroom, maar zelfs de Adams heeft zijn dag niet. Een paar kleintjes vang ik nog maar die ving ik met een nimf ook.


.

De laatste honderd meter van dit stuk sla ik over en knoop intussen mijn favoriete nimf weer aan de leader. Twee diepe pools liggen voor me. Hier stroomt het water van het ondiepe gedeelte via een kleine waterval een stuk van zo’n twintig meter in. Daarna wordt het water nog iets dieper waardoor je van die kant niets kunt beginnen. Gewoon te diep. Door de stroom vormt zich aan het einde van de eerste pool een soort draai van water. Geen kolk, maar meer een soort keerstroom. Je kunt het goed zien als je een stukje brood mee laat drijven. Aan het einde blijft het dan een beetje wachten alsof het niet goed weet waar nu heen te gaan. Daar verwacht ik toch echt grotere vis. De kunst is nu om je nimf op diepte te krijgen voor het “keerstroom stuk”. Wat je kunt doen is met je rug naar je uiteindelijke doel te gaan staan. Genoeg lijn afhalen om het einde van de pool te halen, de verkeerde kant, stroom opwaarts, te werpen en dan de lijn te begeleiden zodat precies op het einde van de drift, en dus van de pool, je nimf omhoog komt in het draaierige stuk. Zachtjes zet ik mijn lijn aan het zweven. Een goede achterwaartse worp en dan laat ik de lijn naar voren stroomopwaarts schieten. Zelf een stukje opzij want de lijn passeert je door de snelle stroming op nog geen twintig centimeter afstand. Als de lijn om je waadpak gaat zitten kun je overnieuw beginnen. Op dit moment heb je absoluut geen contact meer met je lijn en al helemaal niet met je vlieg. Maar dat hoeft ook niet. Ons doel ligt ergens anders. Als de lijn aan je voorbij is focus je je op het einde van de vliegenlijn. De leader is, als het goed is, onder water verdwenen. Invetten doe ik nooit. Langzaam herstel je het contact met je vliegenlijn. Je weet de lengte van je leader en dit tel je op bij de punt van je zichtbare vliegenlijn. Zo weet je ongeveer waar je nimf zich begeeft. Gebogen als een gebochelde concentreer ik me, met ingehouden adem, op de dead drift. Vlak voor dat de leader op zijn strakst staat en de nimf door het wateroppervlak breekt, voel ik een ruk en dan gaat alles vanzelf. De hengelhand heft zich, de lijn hand gaat strak maar niet te. De reel doet zijn gierende werk en alles verandert in een klont adrenaline. Vaag weet ik waar ik ben. De wereld om me heen is gehuld in een bruin groene blur. Je kunt tegen me praten maar ik hoor je niet. Al mijn zijn is gefocust op de punt van mijn lijn. De vis is nog steeds niet zichtbaar maar ik voel hem in iedere zenuw van mijn lichaam. De krachtige slagen van zijn staart als het wederom de diepte in gaat. Het beuken van links naar rechts om in de baan van de stroming te komen. Het is een mooie vis. Wij vissers weten dat zonder hem gezien te hebben. En dan gaat het niet alleen om het gewicht maar ook en vooral om zijn kracht. Om het gevecht. Hoe feller de strijd hoe memorabeler de vangst.


.

Hij, of zij, was mooi van kop tot staart. Later op de avond vang ik er nog twee van ongeveer hetzelfde formaat en kracht. Allemaal uit dezelfde pool. Moe, maar voldaan, stap ik ,om twee uur s’Nachts uit het water. Het is nog steeds bijna licht. Het kampvuur buiten maar ook mijn vuur, is uit. Eten en slapen is alles wat ik nu nog wil.

Peter Sikking

Lees hier deel 1

Gerelateerde artikelen:

Reacties

5 reacties op “Vliegvissend door Noorwegen, de reis, deel 2”
  1. Ruud schreef:

    Boeiend verteld met mooie foto’s

    flying greetings

  2. Dirk schreef:

    Gewoon super!!Ben al benieuwd naar deel3

  3. Richard schreef:

    Inderdaad erg mooie beschrijving van het land en de visserij

  4. Richard schreef:

    Inderdaad erg mooi beschrijving van het land en de visserij

  5. John schreef:

    Prachtig!

Reageer hier...